De omgevingsomstandigheden tijdens de voorbehandeling en het aanbrengen van een coatingsysteem zijn belangrijke factoren die de prestaties op lange termijn van coatings op staalconstructies beïnvloeden. Dauwpuntmeters kunnen worden gebruikt om de omgevingsomstandigheden voor, tijdens en na het schilderen te controleren. Een elektronische dauwpuntmeter is ideaal voor oppervlaktevoorbereiding zoals vereist door ISO 8502-4 en bepaalt de kans op dauwvorming op structuren die worden geverfd.
DeFelsko biedt drie soorten meters om omgevingscondities te meten: dauwpuntmeters, windsnelheidssensoren en infraroodthermometers.
Voldoet aan ISO 8502-4, BS 7079-B4, ASTM D3276, IMO PSPC, SSPC-PA7, US Navy NSI 009-32 en Navy NAVSEA 009-32.
Afhankelijk van het gekozen model meten en registreren PosiTector DPM-dauwpuntmeters klimatologische omstandigheden, waaronder relatieve luchtvochtigheid (%RH), luchttemperatuur, oppervlaktetemperatuur, dauwpunttemperatuur, het verschil tussen oppervlakte- en dauwpunttemperatuur (Delta), windsnelheid en natteboltemperatuur.
Beschikbare opties:
Voldoet aan ISO 8502-4, BS 7079-B4, ASTM D3276, IMO PSPC, SSPC-PA7, US Navy NSI 009-32, en Navy NAVSEA 009-32.
De PosiTector DPM L- en DPM L+-dauwpuntloggers worden aan staalconstructies bevestigd om omgevingsparameters zelfstandig tot 200 dagen (DPM L) of 600 dagen (DPM L+) te meten en registreren. Opgeslagen meetwaarden kunnen met de PosiTector App (iOS/Android) worden gedownload.
Voldoet aan ISO 8502-4, BS 7079-B4, ASTM D3276, IMO PSPC, SSPC-PA7 en US Navy NSI009-32.
De contactloze infraroodthermometer PosiTector IRT meet oppervlaktetemperaturen op plaatsen waar conventionele sensoren niet werken, zoals moeilijk bereikbare plaatsen, bewegende onderdelen, pas gespoten poedercoating en voorwerpen waarvan de temperatuur boven het bereik van direct-contactsensoren ligt.
Een dauwpuntmeter meet en registreert klimatologische omstandigheden, waaronder relatieve luchtvochtigheid (%RH), luchttemperatuur, oppervlaktetemperatuur, dauwpunttemperatuur, het verschil tussen oppervlakte- en dauwpunttemperatuur (Delta) en natteboltemperatuur.
Met draagbare dauwpuntmeters worden de omgevingsomstandigheden gecontroleerd en geregistreerd tijdens de voorbereiding van het oppervlak, de toepassing en de uitharding van verven en coatings. Zo kunnen schilders en coatingspecialisten bepalen wanneer aan de optimale omgevingsvoorwaarden is voldaan - wat de kans op kostbare herbewerkingen en voortijdig falen van de coating of verfsystemen aanzienlijk verkleint.
Lees "Buitenklimaat meten" voor meer informatie.
Relatieve luchtvochtigheid is de hoeveelheid vocht in de lucht, uitgedrukt als percentage van het totale volume. Een hoge relatieve luchtvochtigheid kan de verdamping van oplosmiddelen vertragen.
Traditioneel werd de relatieve luchtvochtigheid (RH) berekend uit de natte- en drogeboltemperatuur, gemeten met een slingerpsychrometer (slingerhygrometer). Deze heeft twee thermometers: een droge bol en een natte bol, waarvan de laatste met een met water verzadigde kous is bedekt. Door de psychrometer 90 seconden snel rond te slingeren verdampt water, waardoor de natte bol een lagere temperatuur aangeeft dan de droge. Na de benodigde tijd worden beide temperaturen afgelezen en met psychrometrische tabellen, grafieken of rekenlinialen omgezet naar luchtvochtigheid. De resultaten werden vervolgens vergeleken met die van een oppervlaktethermometer.
Handige, moderne elektronische dauwpuntmeters hebben vocht- en temperatuurmetingen vereenvoudigd, waardoor complexe opzoektabellen of rekenlinialen niet meer nodig zijn. Multifunctionele dauwpuntmeters kunnen alle relevante omgevingsparameters onmiddellijk en continu aflezen en zijn minder onderhevig aan interpretatie- en meetfouten door de gebruiker, en aan reken- en afrondingsfouten bij het gebruik van naslagtabellen.
De multifunctionele PosiTector DPM-dauwpuntmeter is ideaal voor het continu meten van de luchttemperatuur, oppervlaktetemperatuur en relatieve luchtvochtigheid in procenten.
Het dauwpunt is de temperatuur waarbij vocht zich op een oppervlak begint te vormen. Het hangt af van de luchttemperatuur en relatieve luchtvochtigheid en wordt omschreven als de temperatuur waartoe een hoeveelheid lucht moet worden afgekoeld om verzadiging te bereiken.
Onontdekte condensatie op pas gestraald staal kan leiden tot vliegroest en vroegtijdige mislukking van de coating als er een dunne, onzichtbare vochtfilm tussen de coating en het substraat zit. Voor een optimale prestatie van het coatingsysteem bevelen ISO 8502-4 en SSPC richtlijnen aan dat de oppervlaktetemperatuur minimaal 5°F of 3°C boven het dauwpunt moet liggen tijdens de 3 kritische fasen van het schilderen - voorbereiding van het oppervlak, aanbrengen van de coating en de uithardingscyclus.
Traditioneel werd het dauwpunt berekend met een slingerpsychrometer en ingewikkelde opzoektabellen of psychrometrische rekenlinialen. Slingerpsychrometers hebben beperkingen: ze zijn gevoelig voor interpolatiefouten, kunnen niet continu meten en hebben geen geheugen.
Dauwspiegelhygrometers meten het dauwpunt met een gekoelde spiegel, lichtstraal en lichtdetector. Bij afkoeling van de lucht vormt zich dauw op de spiegel, die het licht blokkeert en aangeeft dat het dauwpunt is bereikt. Deze techniek werkte goed in een laboratorium, maar was door het formaat, de kwetsbaarheid en de kosten minder geschikt voor het schilderen van staalconstructies.
Moderne dauwpuntmeters zoals de PosiTector DPM kunnen onmiddellijk het dauwpunt berekenen door de oppervlaktetemperatuur en relatieve luchtvochtigheid te meten met behulp van precisie temperatuur- en vochtsensoren. Sommige meters berekenen alleen het dauwpunt, maar de meer praktische instrumenten bevatten een oppervlaktetemperatuursonde. Met oppervlaktetemperatuursensoren kunnen gebruikers de belangrijke deltawaarde berekenen en weergeven: het verschil tussen de oppervlaktetemperatuur en de dauwpunttemperatuur.
Afhankelijk van welk PosiTector DPM model geselecteerd is, kan een dataset uit vijf of meer van de onderstaande omgevingsparameters bestaan.
Standard-modellen hebben een opslagcapaciteit van 2.500 datasets.
Advanced-modellen kunnen tot 250.000 datasets opslaan.
De PosiTector DPM L kan tot 10.000 datasets opslaan.
RH - Relatieve luchtvochtigheid: de hoeveelheid vocht in de lucht, uitgedrukt als percentage van het totale volume
Ta - Luchttemperatuur: de temperatuur van de lucht
Ts - Oppervlaktetemperatuur: de temperatuur van een oppervlak
V - Windsnelheid: de snelheid waarmee de lucht beweegt (alleen PosiTector DPM A)
Td - Dauwpunttemperatuur: de temperatuur waarbij vocht zich op een oppervlak begint te vormen
Ts-Td -Delta: het verschil tussen oppervlakte- en dauwpunttemperatuur
Tw - Natteboltemperatuur
Lees voor meer informatie over omgevingsparameters ons artikel "Omgevingsomstandigheden meten".
*afhankelijk van het model