Na het aanbrengen van een beschermende coating moet worden gecontroleerd of deze geen defecten of onderbrekingen bevat waardoor de onderliggende ondergrond blootligt. Kleine plekken met een te dunne of ontbrekende coating, poriën of coatingdefecten genoemd, kunnen corrosiehaarden vormen en de levensduur van het beschermende coatingsysteem sterk verkorten. Een detector voor poriën of coatingdefecten is een niet-destructief instrument om onderbrekingen zoals coatingdefecten, poriën en scheuren in een coatingsysteem op te sporen. Andere benamingen zijn porositeitsdetector, continuïteitstester, coatingdefecttester, vonktester en jeepmeter.
DeFelsko biedt twee typen detectoren voor porositeit en poriën: laagspanning (nattesponstester) en hoogspanning (vonktester). Laagspanningsdetectoren, zoals de PosiTest LPD, worden doorgaans gebruikt op verfsystemen van minder dan 500 µm (20 mils) dik. Hoogspanningstesters voor coatingdefecten, zoals de PosiTest HHD, werken met spanningen tot 35.000 V en worden doorgaans gebruikt op coatings van ten minste 200 µm (8 mils) dik.
Lees hieronder meer over het detecteren van poriën, porositeit en coatingdefecten:
De PosiTest LPD laagspanningsporiëndetector gebruikt een natte spons om coatingdefecten, poriën en andere onderbrekingen op metalen en betonnen ondergronden op te sporen. Hij heeft vier geregelde uitgangsspanningen voor coatings tot 500 µm (20 mils).
Voldoet aan ISO 14654/29601/8289-A, ASTM G62/G6/D5162, BS7793-2, NACE TM0384, SP0188, AS3894.2, JIS K 6766.
De PosiTest HHD hoogspanningsdetector voor coatingdefecten gebruikt gepulseerde gelijkspanning om coatingdefecten, poriën en andere onderbrekingen op metalen en betonnen ondergronden op te sporen. Het spanningsbereik is door de gebruiker instelbaar van 0.5 tot 35 kV.
Voldoet aan ASTM D4787/D5162/D6747/D7953/G62, ISO 29601, NACE SP0188/SP0274/SP0490, AS3894.1.
De PosiTest HHD C hoogspanningsdetector voor coatingdefecten gebruikt continue gelijkspanning om coatingdefecten, poriën en andere onderbrekingen op metalen en betonnen ondergronden op te sporen. Het spanningsbereik is door de gebruiker instelbaar van 0.5 tot 30 kV.
Voldoet aan ASTM D4787/D5162/D6747/D7953/G62, ISO 29601, NACE SP0188/SP0274/SP0490, AS3894.1.
Een coatingdefect — een porie, gebrek, holte of scheur — is een onderbreking in een coatingsysteem waarbij een klein gebied met een te dunne of ontbrekende coating de ondergrond aan de omgeving blootstelt.

Door allerlei mogelijke fouten bij het aanbrengen van een nieuwe beschermende coating kunnen coatingdefecten ontstaan. Deze kunnen voor het blote oog onzichtbaar zijn en zijn zonder geschikte instrumenten vrijwel onmogelijk op te sporen.
Porositeitsdetectie is een noodzakelijke stap bij de identificatie van deze gebieden met een dunne of ontbrekende coating. Porositeitsdetectoren worden vaak gebruikt in toepassingen waar corrosie moeilijk te controleren is, of in agressieve bedrijfsomgevingen zoals ondergrondse pijpleidingen waar de prestaties van de beschermende coating van kritiek belang zijn.
Zoals beschreven door normalisatieorganisaties als AMPP (NACE), ASTM en ISO, gebruikt een detector voor coatingdefecten een geladen elektrode die over de coating wordt bewogen. Bij een coatingdefect vloeit stroom van de elektrode naar de geleidende ondergrond. Via een aardingskabel keert de stroom terug naar de detector, waardoor het circuit wordt gesloten en een alarm de inspecteur op het defect attendeert.
Een nattesponstester is een andere benaming voor een laagspanningsporiëndetector zoals de PosiTest LPD. Door met een natte spons stroom door een geaard onderdeel te laten lopen, kunnen gebreken en poriën in de coating worden opgespoord. Deze instrumenten worden doorgaans gebruikt voor verfsystemen dunner dan 500 µm (20 mils).
Een detector voor coatingdefecten (porositeitsdetector, continuïteitsdetector/-tester, holiday tester), zoals de PosiTest HHD, is een niet-destructief inspectie-instrument voor het opsporen van onderbrekingen in een coatingsysteem, waaronder onbedekte plekken, poriën en scheuren.
Porositeit en coatingdefecten in een coatingsysteem kunnen veel verschillende oorzaken hebben. Enkele van de meest voorkomende zijn:
Te weinig coating - Als er onvoldoende coating over een gestraald oppervlak wordt aangebracht, kunnen er pieken in het substraat door de coating heen steken en blootgesteld blijven aan de omgeving. Gebruik een laagdiktemeter zoals de PosiTector 6000 om de juiste laagdikte te garanderen.
Een te dikke coating - Door de manier waarop een coating uithardt, waarbij het buitenste gedeelte droogt en krimpt boven het natte gedeelte eronder, kunnen er scheuren ontstaan als er te veel coating wordt aangebracht.
Onjuiste coatingtechniek - Een slechte spuit- of borsteltechniek kan holtes of gaten in de coating achterlaten.
Niet-ideale viscositeit - Een coating met een te lage viscositeit kan gaan uitzakken of gordijnvorming vertonen, waardoor gebieden met een zeer geringe coatingdikte ontstaan. Een coating met een te hoge viscositeit kan het hele oppervlak niet bedekken, waardoor er lege plekken ontstaan.
Te veel lucht inbrengen bij het mengen van verf — Ingesloten gassen in een coating kunnen poriën veroorzaken (belvorming).
Oppervlaktevoorbehandeling — Door te zorgen dat het oppervlakteprofiel aan de projectspecificaties voldoet, kan de kans worden verkleind dat een fout in de samenstelling of het aanbrengen van een coating tot een coatingdefect leidt.
Verontreiniging van het oppervlak - Vet, vuil of andere verontreinigingen zoals zout kunnen een coating afstoten en verhinderen dat deze zich hecht aan het verontreinigde gebied. Zorg ervoor dat het oppervlak voldoende gereinigd is en vrij van zoutvervuiling (PosiTector SST-tester voor oplosbare zouten).
Omgevingsfactoren - Aanbrengen van een coating onder minder dan ideale omgevingscondities, vooral wanneer het dauwpunt binnen 3°C (5°F) van de substraattemperatuur ligt, verhoogt de kans op het ontstaan van coatingdefecten. Gebruik een PosiTector DPM Dauwpuntmeter om de juiste omgevingscondities te garanderen.